Over de liefde

Eigenlijk is dit reclame voor Pixter een fantastische app voor de Ipad. Hiermee kun je een foto makenvan een tekst en de app maakt er dan bewerkbare tekst van. Zie hieronder het resultaat.

Over de liefde

Over de liefde – jozua Goeminne Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal. Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen – had ik de liefde niet, ik zou niets zijn. Dat, dames en heren dorpsgenoten, zijn misschien wel de mooiste, meest pregnante verzen uit de Bijbel. Als we proberen voor de geest te halen wie hier spreekt, zullen wij tegenwoordig haast exclusief denken aan een verliefde man of vrouw. De liefde die hij of zij voelt is zo overweldigend dat er wel kond van gedaan moet worden. Niet veel van ons zullen deze woorden gebruiken om het te hebben over de liefde die we voelen voor onze ouders, onze vrienden, onze geboortegrond. Daar is op het eerste gezicht niets op tegen. Het houdt tred met de verregaande en allicht ook doorgedreven individualisering die onze tijd kenmerkt. Kenmerkt, zowel in het goede als in het kwade. We zijn vrijer dan ooit, maar toch nooit eerder zo teruggeworpen op onszelf. We zijn verantwoordelijk voor onze levensgang, vrij en vrank. Dat is een groot goed. Maar het stelt onvermijdelijk onze identiteit en onze moraal op de proef. Wie ben ik, wie ben ik om te weten wat goed is? Dat het ultieme goed en het absolute kwaad niet bestaan en dat onze ethische kennis beperkt en relatief is; het zal velen als een cliché in de oren klinken. Daarom handelen we allemaal alsof onze eigen stumperige richtlijnen de enige leidraad zijn. Richtlijnen die, als we bereid zijn om nietsontziend eerlijk te zijn, een samenraapsel zijn van ideologische en contextuele systemen. Een stevige bodem christendom een goede scheut humanisme, en dat alles opgetuigd me; persoonlijke voorkeuren en gedragseigen parafernalia. We doen alsof we dieren zijn, scharrelend in het donker, op zoek naar het licht. Soms kunnen we een kelderraam openstoten naar een breder inzicht, maar meestal stoten we ons hoofd. Althans, dat wil men ons doen geloven. Onder deze lompenjas van moraal, samengehouden door stiksels neoliberaal existentialisme, dragen wij — de meesten van ons — een kogelvrij vest. Dit vest behoedt diegene die het draagt voor willekeur en anarchie — het is geweven door onze gemeenschap, de civitas. Het zijn eeuwenoude afspraken, zo ingebed in ons gedrag dat we het er niet meer over hebben. Afspraken, zoals daar zijn het voeden van onze kinderen, het vermijden van geweldsgebruik, het respecteren van de lichamelijke integriteit… We hoeven dat allemaal niet uitgelegd te krijgen. We hoeven daarover niet voortdurend in dialoog te treden met onszelf en onze omgeving. We weten het al, zo ingebed dat het niet meer te onderscheiden lijkt van wat ingeboren is. Waarom dan deze ideologische verkleedpartij? Waarom doen we onszelf voor als nachtdieren terwijl we allang vuur kunnen maken? Waarom verhullen we ons kogelvrij vest? Het antwoord is simpel: een gebrek aan liefde. Toen Paulus zijn brief aan de Korintiërs schreef en daarin de liefde bezong. was zijn motivatie natuurlijk politiek. Maar waarom dan het over de liefde gehad? En dan nog op zo’n sublieme retorische manier? Omdat liefde op het niveau van de gemeenschap en uiteindelijk de natie misschien niet de enige maar wel de meest solide verbindende factor is. Noem het burgerzin, noem het normen en waarden, maar benoem het, en schaam je er niet voor. Schaam je niet voor de liefde die je voelt. De man die zijn affaire verborgen houdt, heeft zijn minnares niet genoeg lief. Liefde verdraagt geen gekonkelfoes, geen twijfel. Het individu dat zegt te leven naar eigen inzicht maar ondertussen vasthoudt aan de regels en waarden van zijn groep, is op zijn best onwetend maar hoogstwaarschijnlijk gewoon lui in de liefde. Hij is een dreunende gong: veel kabaal zonder inhoud. Dit individu, dit toonbeeld van hedendaagsheid, geniet van de voordelen van de beschaving maar wil zich er te allen tijde aan kunnen onttrekken. Wordt hij gevraagd naar de reden van zijn afwijkende gedrag, dan zal hij wijzen op de tekortkomingen van de gemeenschap. Te rigide, te ouderwets, te abstract. Hij zal wijzen op de fouten van het verleden, verhalen over onrecht en oorlogen opdissen. Hij bezit alle kennis, zijn geloof in zijn eigen gelijk kan bergen verzetten — maar het is niets. Zoals de christenen ondanks alle vervolgingen van elkaar gingen houden vanuit hun gemeenschappelijke liefde voor God, zo dienen wij, inwoners van dit dorp, van elkaar te gaan houden vanuit wat ons bindt. En dat is niets anders dan dat wij mensen zijn. Mensen met onvolkomenheden maar ook met dromen. Mensen met vleugels maar ook met wortels. Maar vooral: mensen van hier.

(Thomas Blondeau, het West- Vlaams versierhandboek)

Advertenties

Over dokajunk

Fotografie, recepten, gedichten, lp's aan de muur

Geplaatst op januari 29, 2014, in Enz. enz. enz., Taalding. Markeer de permalink als favoriet. Een reactie plaatsen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: